'Een ic-verpleegkundige wil in control zijn'

De werkdruk voor ic-verpleegkundigen moet omlaag. Artificial intelligence kan daarbij helpen, meent Erasmus MC-hoogleraar Intensive Care Geneeskunde Diederik Gommers.

Tekst: Gert-Jan van den Bemd | 12 april 2020

5 minuten

‘Tijdens de coronacrisis werd het voor iedereen zichtbaar,’ zegt Gommers, ‘maar op de ic kampen we al jaren met tekorten, en dan bedoel ik: een tekort aan ic-verpleegkundigen.’ Hij legt uit hoe dat komt: ‘Een ic-verpleegkundige wil in control zijn, het gevoel hebben: ‘De patiënt waar ik de verantwoordelijkheid voor draag, heb ik in de vingers.’ Als dat het geval is gaan verpleegkundigen opgewekt naar huis, maar ze worden verdrietig als zij die controle niet hebben.’ De behoefte én noodzaak om in control te zijn resulteren in intensieve werkzaamheden. Een ic-patiënt wordt omringd door ingewikkelde apparatuur die hart, longen, nieren en andere organen en systemen nauwlettend in de gaten houden. De ic-verpleegkundige komt soms oren en ogen tekort en moet alle zeilen bijzetten om in control te zijn.

Kennis bundelen

De apparatuur rond een ic-patiënt produceert een zee aan gegevens waar artsen en verpleegkundigen conclusies uit kunnen trekken: is er sprake van een bloedrukdaling? Ontwikkelt zich een infectie in de bloedbaan? Hoe staat het met de nierfunctie? Hoe gaat het met de longen? Gommers ziet in artificial intelligence een oplossing om die overload aan informatie beter te stroomlijnen en beter te benutten, waardoor de ic-verpleegkundige meer wordt ontlast. ‘Ik vind dat wij onze medische kennis moeten bundelen met die van technici en dataspecialisten, met als doel: de ontwikkeling van een dashboard, een paneel voor elke patiënt afzonderlijk dat de ic-verpleegkundige helpt bij het nemen van beslissingen.’

Groen, oranje, rood

Michel van Genderen, internist-intensivist-in opleiding, is nauw betrokken bij de ontwikkeling van dat dashboard. Samen met Diederik Gommers en intensivist Jasper van Bommel werkt hij aan verbeterde zorg door innovatie, bijvoorbeeld de toepassing van big data en data-analyse. ‘We ontwikkelen een systeem waarmee we snel inzicht krijgen in de status van de patiënt. Welke patiënt heeft extra aandacht nodig, welke patiënt wordt vitaal bedreigd? Let wel: het is geen alarmeringssysteem, maar een monitoring- en notificatiesysteem. Het huidige systeem heeft voor alles en nog wat een alarm, voor de hartslag, de bloeddruk, noem maar op. Daar willen we echt van af. Vanwege het optreden van loos alarm kan bij de verpleegkundigen alarmmoeiheid optreden. Het dashboard geeft alleen updates wanneer het moet. Dat is een belangrijke meerwaarde.’ Gommers vult aan: ‘Je zou je voor kunnen stellen dat het dashboard een beeldscherm heeft dat met behulp van kleuren signaleert of een patiënt stabiel is of achteruitgaat: groen, oranje, rood, naarmate de situatie verslechtert.’

Enorme mogelijkheden

Gommers: ‘Het dashboard herbergt algoritmen die de metingen van de ic-apparatuur maar ook bijvoorbeeld de lab-uitslagen en de gegevens uit het elektronisch patiëntendossier verwerken tot bruikbare informatie. Artsen en verpleegkundigen op de ic werken volgens vaste patronen, ze checken de monitoren, controleren de lab-uitslagen. Die kennis en ervaring kan ook in een algoritme worden gevat. Maar de mogelijkheden reiken verder dan dat. Wat het menselijk oog niet ziet, of het menselijk brein niet herkent of begrijpt, dát wordt de meerwaarde van zo’n dashboard. We beschikken over ontzettend veel gegevens, ook data waar we nu niet direct iets mee doen. We meten bijvoorbeeld de hartslagvariabiliteit van de patiënt. Dat is de variatie in het tijdsinterval tussen de hartslagen. Die variatie zegt iets over het functioneren van het autonome zenuwstelsel. De hartslagvariabiliteit meten we elke paar milliseconde. Die gegevens worden nu niet grafisch weergegeven, we zien alleen het elektrocardiogram, maar binnen een dashboard zou je die achterliggende informatie kunnen combineren met uitslagen van laboratoriumuitslagen van de patiënt en dan zouden die gegevens wél heel waardevol kunnen zijn.’

Zelflerend

Van Genderen stelt zich voor dat het dashboard ic-afdeling-overstijgend kan worden ingezet. ‘Het dashboard kan ook gevoed worden met informatie van afdelingen waar de patiënt verbleef vóórdat hij of zij op de ic belandde. Als we sensoren aanbrengen waarmee we vitale functies van de patiënt registreren, kunnen we monitoren hoe de status van de patiënt in de tijd is veranderd. Dat geeft ons inzicht in het ziekteverloop en de klinische signalen die daarmee gepaard gaan. En dat geeft ons weer de mogelijkheid om bij andere patiënten eerder in te grijpen en ic-opname misschien te voorkomen.’ Gommers voorspelt dat het systeem in de toekomst zelflerend kan zijn: ‘De output die het genereert wordt weer ingevoerd om toekomstige analyses verder te verbeteren. Denk ook aan gerelateerde inzichten die we verkrijgen over de kans op overlijden en de verwachte ligduur. Dat soort gegevens zijn niet alleen voor de ic van belang, maar voor de hele logistiek in het ziekenhuis.’

Voorspelmodel

Wat is de stand van zaken? Van Genderen: ‘We zijn bezig om de dataopslag te regelen. We verkrijgen nu heel veel gegevens van de covidpatiënten op de ic. Hoe slaan we die informatie het beste op? En het algoritme wordt nu ontwikkeld. We zijn bezig met een voorspelmodel: kunnen we op basis van onze metingen een signaal verkrijgen - denk aan rood, oranje, groen - waarmee we een hulpbehoevende covidpatiënt kunnen onderscheiden van een patiënt die minder aandacht nodig heeft?’

Hart ophalen

Gommers en Van Genderen zien het belang van een intensieve samenwerking met de technisch specialisten. ‘Voor een goede samenwerking is het essentieel dat we elkaars taal leren,’ benadrukt Gommers, ‘dat we elkaar verstaan. Alleen dan kunnen we technische innovaties implementeren zodat we de zorg voor patiënten kunnen verbeteren. Als academische instelling zien wij hierin prachtige kansen voor onderzoek. Een promovendus met veel belangstelling voor medische technologie, artificial intelligence en big data kan hier zijn of haar hart ophalen.’